• A.E. (An) Rowald - de Labije
  • A.S. (Anne) de Jong
  • A.W.A. (Andre) Hafkamp
  • B.M. (Bianca) Keller
  • C.J. (Caroline) Barkey Wolf - Bastiaanse
  • D.Y. (Diana) Gerven - Keller
  • E. (Liesbeth) Volmer - Sauer
  • E.A. (Elleke) van de Willigen - Binnerts
  • E.L. (Linelies) van Rooy - Schilder
  • E.W. (Eric) Vlaanderen
  • F. (Fopjen) de Koe - Boonstra
  • G. (Greet) Oerlemans - Talman
  • S.H. (Suus) Proper - Stokvis
  • H. (Hanneke) van Vuure
  • H. (Herman) Vitha
  • H.J. (Homme) van der Leen
  • I. (Irene) de Rue
  • J. (Hans) Vlaanderen - Jaarsma
  • J. (Janneke) Bouma
  • J. (Ko) Rowald
  • J.A. (Jo) De Potter - Meijer
  • J.C.M. (Anneke) van den Berg
  • J.J.N. (Jaap) Rost Onnes
  • J.S. (Sophie) van Kempen
  • K.A. (Karin) Vitha
  • L. (Laura) Doornberg - Hogenbirk
  • L. (Loes) IJkelenstam - Jongsma
  • M. (Marijke) Koeman
  • M. (Mia) Paternotte - France
  • M.A. (Marja) Zoutendijk - Zaal
  • M.C. (Rietje) van der Leen - Sintmaartensdijk
  • M.E. (Mary) Rost Onnes - Tielenius Kruythoff
  • P.C. (Peter) de Boorder
  • R. (Robbert) van Vlaanderen
  • R.M.C. (Reimeke) Spanjaard
  • M.R.J. (Marike) Spanjaard
  • T. (Tine) Heida - Berga
  • T. (Trijnie) Dros - Haringhuizen
  • T.I. (Tineke) Heida
  • W. (Wil) Keller - Meindersma

Interview Anne de Jong - 'Levende stenen'

Akkolade Juni 2013

‘Levende stenen’

Interview met Anne S. de Jong, door Maaike de Jong

Boven in de ontmoetingsruimte van de Kapel, waar wij elkaar elke zondag treffen na de dienst, hangen een vijfenveertig tal markante portretten van een deel van de doopsgezinde leden van de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum. Maaike de Jong gaat erover in gesprek met Anne S. de Jong.

Wat zien we hier, Anne?
We zien een tijdloos kunstwerk; een portrettenserie van een deel van onze doopsgezinde leden, gemaakt door Aad van Vliet. Het zijn niet zomaar foto’s, zeker niet. Ze zijn stuk voor stuk schilderijen, vind ik. Een foto is meer een kiekje, een momentopname tijdens een vakantie of een verjaardag, gemaakt op een onbewaakt moment. Dat kan ook mooie plaatjes opleveren, maar deze portretten zeggen meer, ze zijn geen snap shot; ze willen de essentie van de persoon vangen en zo iets losmaken bij de toeschouwer.

Is dat ook de gedachte achter de serie?
Ja, het doel van de serie was in eerste instantie het starten van het geloofsgesprek: wat houdt je bezig, wat is je geloofservaring? Het idee was dan om de portretten te combineren met een stukje tekst, waarin de geportretteerden iets zouden verwoorden van wat het voor hen betekent om doopsgezind te zijn. We horen over kerkleegloop en het zoeken naar zingeving; er is veel veranderd de afgelopen jaren en veel mensen zijn hun geloof kwijt, maar deze mensen zijn gebleven. Waarom blijf je doopsgezind, wat is dat dan dat je bindt? Toch bleek dat lastiger te verwoorden dan gedacht. Iedereen heeft dezelfde verlegenheid om het onder woorden te brengen. We hebben dus geen teksten, geen antwoorden, maar er wordt wel over gesproken. De foto’s maken toch dat gesprek los waar we naar op zoek waren. Dat is geen academische verhandeling, maar een ontspannen gesprek over de verhalen van mensen die door de foto’s opgeroepen wordt. Die ontmoeting met elkaar, dat zou ik hier graag willen toevoegen; we komen niet alleen op zondag om iets aan te horen, we willen iets delen met elkaar, laten zien wie we zijns. Dát leidt tot verbinding en contact.

Die ontmoeting staat dus centraal.
Ja, precies. En niet alleen die ontmoeting in de Kapel bij de portrettenserie inspireert; ook tijdens de sessies bij de mensen thuis ontstonden er persoonlijke gesprekken en bijzondere ontmoetingen, waar ook onze kunstenaar Aad van opbloeide. Wat Aad dan doet, dat is geen fotootje maken van iemand; dat doet geen recht aan wat er dan gebeurt. Hij werkt met gevoel en betrokkenheid, hij neemt er de tijd voor; één sessie duurt twee, drie uur. Hij laat zich inspireren door de omgeving en ‘schildert’ als het ware het portret.

Hoe zie je dat terug in de portretten?
Als je goed kijkt, zie je dat er op elk portret op de achtergrond iets te zien is van wat voor die persoon kenmerkend is; een spreuk, een bordje aan de muur. Er is ook altijd een verwijzing met voorgaande generaties. Het portret is een momentopname, maar in die momentopname gaat dat verhaal van God met mensen ook weer door. De verkoop van de Vermaning was de aanleiding om naar de Kapel te komen, de nadruk van de portretten ligt in dat monumentje van onszelf als doopsgezinden.

Blijft de portrettenserie dan ook e en doopsgezinde aangelegenheid?
Dat hoop ik niet, hoor. Sommige doopsgezinde leden zeggen wel: “Wat jammer dat er nu geen doopsgezinde gemeente meer is”, maar ze bedoelen te zeggen: “Wat jammer dat de kerk is verkocht”. Gemeente zijn hangt niet meer af van het gebouw wat toevallig bewoond wordt. Toen ik voorzitter werd van de ADS en zei: “We moeten de mens meer centraal stellen”, kreeg ik felle reacties. “God moet centraal gesteld worden”! Ja, maar God zit in de mensen. Als wij niet meer naar elkaar omzien, zien we niet meer naar God om. We moeten daar zijn waar de mensen zijn en niet proberen de mensen in dat gebouwtje te trekken; gemeente zijn is niet gebonden aan een gebouw of plek. Ga mee in die beweging, zou ik willen zeggen.

Is de doopsgezinde portrettenserie nu afgerond of komen er meer portretten bij?
Er ontbreken nog aardig wat portretten. In totaal zijn er ongeveer 270 doopsgezinde leden en er zijn 45 portretten. Hopelijk is iedereen bereid om geportretteerd te worden. Het is goed om de gezichten te zien van de mensen; het werkt als een soort smoelenboek.

Komen er ook portretten van predikanten bij?
Nee, dat niet. De serie is echt bedoeld voor onze overgang. Maar ik zou er graag een gezamenlijk project van maken. Ik vind dat we in de Kapel moeten stoppen met te vragen: Waar ben ij van? De Remonstranten, de doopsgezinden of de vrijzinnig protestanten? Belangrijker is: waar gaan we naartoe met elkaar? Er zal iets nieuws ontstaan en ik hoop dat de Kapel een centrum van ontmoeting, bezinning en inspiratie wordt waar mensen naartoe gaan en denken: “ja, dit verrijkt, hier is leven, dit straalt en beweegt”. Laten wij daar met elkaar de basis voor leggen.
Het gaat er niet om nog meer remonstranten of doopsgezinden te krijgen, maar om voor iedereen een plek te creëren die mag leven en bruisen. Ik hoop nog mee te maken dat we er een gebouw bij moeten bouwen of dat we moeten verhuizen naar iets groters omdat de gehoorzaal te klein is geworden.

Hoe zie je dat voor je, met alle kerken die nu zo leeglopen?
Ik zie wereldwijd een enorme honger naar inspiratie en verbondenheid, naar geestelijke voeding en bezieling. Naar nieuwe vormen om de ceremonies van het leven te vieren. Ik denk dat die plekken gaan ontstaan, en de Kapel kan ook zo’n plek zijn. De centra die er nu al zijn, zijn vaak commercieel: centra voor vitaliteit en energie, centra voor kunst, cultuur en religie, yoga- en meditatiecentra. Daar werken adviseurs en trainers en misschien is dat wel de taal en de vorm waarin we elkaar kunnen vinden. Dat betekent dus nog minder instituut, nog minder proberen te vangen in een orde.

Dus minder liturgie?
Het is denk ik belangrijk om daarin te kiezen. Er is veel erfenis uit het verleden; laten we daar zeker over nadenken. Maar wees helder. Een preek betekent voor mij: je luistert en houd je mond. Een viering is iets delen met elkaar, in interactie. Dat zijn twee verschillende dingen. Tussen Werk en Kerk (elke eerste vrijdagavond van de maand) is een heldere activiteit: de mensen zitten in een kring, er wordt kort gelezen, een tekst of een gedicht en er is een cadans. Laten we met elkaar veel experimenteren en zoeken naar vormen. De ervaring van de mensen en het gesprek staan centraal; we doen het samen.

Hoe gaat het nu verder met het project ‘Levende stenen’?
We wilden vastleggen wat gebleven is en dat is deels al gelukt. Nu is het belangrijk dat het geloofsgesprek van start gaat en we met elkaar praten over nieuwe vormen van samen beleven en samen geloven. Het streven was om de serie met Pasen te hebben opgehangen en dat is gelukt. Na de zomer willen we met de nieuwe predikanten de serie gebruiken om een gezamenlijke start te maken. Niet dwangmatig, maar als een uitnodiging. Er mogen best wat meer statements gemaakt worden in de Kapel; alle ruimtes hebben kale muren. Daar kunnen we wat moois van maken. Nu is het een lege huls; als mensen in de Kapel zijn, vragen ze zich af: wat doen ze hier? Dat mag best duidelijker worden, bijvoorbeeld door teksten zoals ‘God is liefde’, ‘Worden wie je bent’, dat soort teksten. Je moet mensen verleiden en meer geven dan wat we nu doen. Niets spreekt meer van zichzelf; als iemand niet weet wat de paaskaars betekent, moeten we dat vertellen. Die paaskaars bijvoorbeeld: het licht dat met ons meegaat in ons hart, dat is mooi. We moeten op die manier veel meer onze boodschap communiceren. Wat is de inhoud, wat bindt ons, los dat we elkaar aardig vinden. Zijn we iets aan het bouwen, zijn we iets aan het doen en zo ja, wat dan? Dat mogen we laten zien.